|
Het bekken houdt de twee dijbenen vast in met kraakbeen bezette gewrichten. Als er iets mis is in het gewricht, bijvoorbeeld als de aansluiting tussen dijbeenskop en bekkenkom niet compleet is, kan de kop van het dijbeen telkens tegen het kraakbeen van het bekkenkom botsen, waardoor het kraakbeen gaat afslijten. Die aandoening heet heupdysplasie. Een vaak voorkomende vorm van osteoartritis. In het beginstadium zijn geen symptomen zichtbaar, maar zodra het kraakbeen is afgesleten, begint de hand te manken. Heupdysplasie komt vooral voor bij grote, snel groeiende rassen. Erfelijke aanleg is de belangrijkste factor, die heupdysplasie kan veroorzaken. Deze zogenaamde kwantitatieve eigenschap kan zich door invloeden van buiten meer of minder snel ontwikkelen. Hierbij moet men denken aan voeding zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin, gewicht en beweging. Diagnose De diagnose wordt in de eerste plaats gesteld op basis van het ras en een onderzoek van het heupgewricht op verzwakking. Op röntgenfoto's is te zien hoe erg de heupdysplasie is, maar vaak is er geen verband tussen de toestand van de heupen en hoe slecht de hond zich voelt. Behandeling Aangetaste honden worden op dezelfde manier behandeld als bij een degeneratieve gewrichtsaandoening. Bij de meeste honden kan de aandoening onder controle worden gehouden door gewrichtscontrole, middelmatige beweging en pijnbeheersing met behulp van niet-steroïdale ontstekingsremmers. Ook natuurlijke voedingsstoffen voor gewrichten, waaronder glucodamine en chondroitinesulfaat, kunnen helpen. In ernstige gevallen kunnen chirurgische ingrepen worden uitgevoerd. Bij honden die minder dan 20 kg wegen, kan de kop van het dijbeen eenvoudigweg worden verwijderd. Zwaardere honden hebben vaak een nieuwe heup nodig. In dat geval wordt een deel van het bekken met het gewricht verwijderd en wordt een plastic gewricht ingebracht en met schroeven en 'cement' vastgezet. De kop van het dijbeen wordt vervangen door een nieuwe kop van titanium op een stok die in het been wordt ingebracht. Zulke prothesen gaan normaal gezien de rest van het leven van de hond mee. Preventie De beste preventie is selectief fokken. Voor het fokken wordt een röntgenfoto gemaakt om de heupen te beoordelen. Die beoordeling wordt vergeleken met de gemiddelden voor dat ras. In Nederland is er een commissie voor heupdysplasie onderzoek, die bepaalt welke röntgenfoto's nodig zijn en hoe die foto's worden beoordeeld.
|