|
Daar zit hij nu vol verwachting voor u, uw kleine boxer. Zijn veel te grote vacht is als het ware tot op zijn voeten gezakt. Maar geen angst: hij is in orde. Alles wat hij nodig heeft, is wat aandacht, veel slaap en een correcte voeding. Onthoud goed de eerst les van elke boxerhouder: laat u niet meteen verleiden! Het voederplan is belangrijk Aanvankelijk houdt u zich best aan het voederplan dat u van de fokker hebt gekregen... Uw nieuwkomer is door zijn plaats- en roedelwissel al voldoende gestrest. Doe hem dan niet ook nog een voedselverandering en veranderende voedingstijden aan. Waarschijnlijk zal hij de eerste dag al van pure opwinding diarree hebben. Dat houdt echter op na 1 of 2 dagen. Zoniet moet u de dierenarts raadplegen. Laat uw pup wennen van het begin aan vaste voedingstijden, ook wanneer de fokker heel enthousiast was over 'vrije voedingstijden'. De 'vrije voeding' brengt op de duur immers niets dan nadelen: in verwarmde ruimten bederft het voer ook 's winters al heel vlug en bedorven voer is niet aan te bevelen voor de uiterst gevoelige pupmaag. Bovendien is het door u gegeven hondenvoer een probaat opvoedingsmiddel waarvan u niet vrijwillig afstand mag doen: enkel regelmatig eten zorgt voor een regelmatige spijsvertering en dat is de grondvoorwaarde voor de opvoeding tot kamerzindelijkheid. Tevens leert uw pup op die manier meteen dat u het bent die het eten verdeelt en dat u het voor hem beter is dat hij met u op goede voet staat. Welke voeding? Wanneer uw pup (samen met zijn spijsverteringssysteem) aan u en de nieuwe omgeving is aangepast, dan kunt u heel voorzichtig beginnen met het veranderen van de oude rituelen. U dient echter steeds één ding te onthouden: pups hebben voeding voor pups nodig, geen voer voor volwassen honden en beslist geen tafelrestjes. Menselijk eten is voor de hond veel te zoutrijk. Het zou de hond doen opzwellen en dik maken. Maak hem bijgevolg van meet af aan duidelijk: dat is jouw etensbakje, dit is mijn eten. Ik raak jouw hondenvoer niet aan, maar jij komt ook niet aan mijn eten. Een hond die nooit iets van de tafel kreeg, zal later ook nooit bedelen. Trek deze basisregel ook bij uw familie en eveneens bij uw bekenden door. Belangrijk: Een kleine hond mag nooit kluiven krijgen: Om te knagen zijn er hondenkoeken, of stokken of oude leren schoenen. Stel uw hond steeds vers water ter beschikking. U hebt ook lekker hapjes nodig om als beloning te geven. Bonbons en chocolade zijn geen hondenvoer. Anderzijds is er een grote keuze van lekkere hondenhapjes te koop. Geef uw pup gezonde, aangepaste voeding. Verwen hem niet en dring niets op. Binnen enkele maanden zal hij in zijn veel te ruime vacht passen als in een maatpak. Hoeveel mag u hem geven? Geef uw pup op vaste tijdstippen steeds zoveel als hij binnen vijf minuten kan eten. Hij zal zich al vlug op hoeveelheden en tijdstippen instellen. Voederplan voor een boxerpup | 2 - 4 maanden | 4 - 6 maanden | 6 - 8 maanden | 8 - 10 maanden | 7 uur | pupjesvlokken met volle melk of kwark met honing | zoals vroeger | langzamerhand achterwege laten, om 12 uur geven | | 12 uur | pupjeskost uit de doos of geweekt | zoals vroeger | zoals vroeger | langzamerhand omschakelen op voer voor volwassen honden | 17 uur | zoals om 7 uur | langzamerhand weglaten, om 20 uur geven | | | 20 uur | zoals om 12 uur | zoals vroeger | zoals vroeger | langzamerhand omschakelen op voer voor volwassen honden |
Vergeet ook de oude boerenregel niet, die zegt:'Veel brengt veel met zich mee'. Onder de nog veel te ruime vacht moeten spieren, zenuwen en beenderen groeien en geen vetlagen. Maar overdrijf ook niet in de andere richting: mager zijn is niet hetzelfde als gezond zijn. De voeding in het eerste half jaar legt de basis voor de latere vitaliteit en de gezondheid van uw hond. Onvoldoende voeding kan evenzeer als overvoeding leiden tot onherstelbare schade.
|