|
De pup en de buitenwereld |
|
|
|
Na 1 week van gewenning aan de onmiddellijke omgeving, begint de verkenning van de wereld daarbuiten. Neem uw pup daarvoor eerst eens mee naar de dierenarts. Wanneer blijkt dat de pup gezond is en ingeënt, dan heeft hij zoveel contact met de buitenwereld nodig als maar mogelijk is. Tussen de 2de en de 4de maand leert een pup zijn omgeving kennen. Hij leert bovendien alles wat hem vriendelijk tegemoetkomt inschatten als vriendelijk en ongevaarlijk. Belangrijk: Laat de pup ervaringen opdoen met mensen, met auto's, met fietsers en joggers, met de buren, met de kippen van de buurman en met de paarden in de weide. En laat hem vooral zoveel mogelijk contact hebben met zijn soortgenoten. Ontmoetingen met andere honden Daarbij hoeft u geen angst te hebben voor uw pup: pups genieten bij alle volwassen honden onaantastbaarheid. Geen normale hond zou een pup ook maar één haartje krenken. Er zijn echter ook een hele massa van 'abnormale' honden. Informeer u dus eerst voor u uw pup met hem in contact brengt: slechte ervaringen in deze belangrijke periode worden er even vast ingeprent als goede. Regelmatige contacten met soortgenoten zijn voor een boxerpup heel belangrijk. Hij mag per slot van rekening ook nooit de omgang met andere honden, de zogenaamde hondentaal, verleren. Een volwassen boxer die de hondentaal niet meer kent en die geen positieve ervaringen met soortgenoten heeft opgedaan, wordt al gauw een vechtersbaas en iedere wandeling met hem wordt dan een zenuwslopende onderneming. Dus: naar buiten met die kleine pup en naar de teckeltjes, ook wanneer hun eigenaars uw 'grote' kleine vrezen.
|