|
Vanaf 4 juli 2004 dient ingevolge een besluit van het Europees Parlement een hond of kat voor al dan niet tijdelijke export naar dit land voorzien te zijn van identificatie door middel van een identificatiechip , welke vermeld staat in een verplicht dierenpaspoort naar europees model. Wie vanuit Nederland met een huisdier op vakantie gaat naar een land dat geen lid is van de EU dient ruim vóór vertrek (in dit geval 5 - 11 maanden tevoren!) het dier te laten voorzien van een rabiësvaccinatie en minimaal 120 dagen later de daardoor gevormde antilichamen in het bloed ( rabiëstiter ) te laten bepalen. Dit moet door de dierenarts worden aangetekend in het paspoort en moet boven een bepaalde grens liggen.. Als daarna binnen het jaar hervaccinatie plaatsvindt, is deze bloedtest maar één keer nodig. N.B.: Aangezien de uitslag van de betreffende bloedtest soms wel drie weken op zich laat wachten, is het verstandig deze een maand voor vertrek te laten verrichten. Uit het paspoort dient duidelijk te blijken dat ontworming met een goedgekeurd lintwormmiddel ca. 10 dagen voor export heeft plaatsgevonden.
|